Daniëlle Glorie, moreel consulente plechtigheden bij Feniks
juli 31, 2009
“Helpen om verdriet te plaatsen”
De uitvaart van een geliefde organiseren, is niet makkelijk. Voor kerkelijke uitvaarten kan je dan vertrouwen op een priester die het klappen van de zweep kent. Als er geen priester aan te pas komt, kan je terecht bij Daniëlle Glorie. Zij stelt een plechtigheid samen, organiseert en regisseert met hart en ziel.
Feniks ontstond 20 jaar geleden in de schoot van de Unie van Vrijzinnige Verenigingen. Met de komst van het crematorium in Lochristi hadden meer en meer mensen de behoefte om als vrijzinnige op een waardige manier afscheid te nemen van geliefden. Nu beperkt Feniks zich niet meer tot uitvaartplechtigheden alleen, en kan je er ook -gratis- terecht bij huwelijken, geboortes en adopties, lentefeesten, herdenkingen. Daniëlle Glorie uit Sint-Gillis is sinds 1996 actief bij Feniks. Daarvoor was ze al moreel consulente in de Dendermondse bejaardenhuizen.
Echt helpen
“Soms is het wel lastig”, geeft Daniëlle toe. “Er zijn plechtigheden die je blijft onthouden. De uitvaarten van kinderen blijven me allemaal bij: ik kan ze nog allemaal noemen.” Vrijwilligers die er nood aan hebben, vinden steun in de groep Feniks-vrijwilligers. “Het klikt heel goed. We hebben ook veel plezier samen”. Bovendien is er een beroepskracht die hen bijstaat waar nodig.
“Ik doe het liefst uitvaarten. Waarom? Het contact met de mensen, én het gevoel dat je de mensen écht geholpen hebt om waardig afscheid te nemen. Bij huwelijken of een van de andere plechtigheden gaat het minder om de echte hulp. Het geeft voldoening de mensen te helpen hun verdriet te plaatsen.” Ook al kan Daniëlle zelf veel ideeën aanbrengen voor een uitvaart, ze moedigt de mensen aan hun gedacht te zeggen. “Ik zeg altijd: probeer het te doen zoals júllie het willen, want het is het laatste dat je kan doen.”
Meer info: www.plechtigheden.be
Vanessa Vandewalle en Manu Aerssens, vrijwillige bijzitters
juli 31, 2009
“Democratie moet je koesteren”
Bij elke verkiezingen worden vele mensen opgeroepen om als voor- of bijzitter in een kiesbureau te zitten. En bij elke verkiezingen proberen bijna al die mensen een smoes te verzinnen om aan die taak te ontsnappen. Niet zo Vanessa Vandewalle en Manu Aerssens: zij hebben zich zelfs aangemeld als vrijwilliger om op 7 juni bijzitter te zijn.
Bij de vorige verkiezingen werden Vanessa en Manu opgeroepen als bijzitter. In plaats van zo snel mogelijk een smoes te verzinnen, deden ze hun plicht. “Het was gezellig om alle buren te zien passeren”, zegt Vanessa. “En je leert nieuwe mensen kennen”, vult haar man aan. Bovendien werden ze goed verwend met ontbijt en middagmaal.
Omdat ze zo goede herinneringen aan de vorige keer had, wilde Vanessa zich dit jaar opgeven als vrijwilliger toen ze over die mogelijkheid hoorde op de radio. Manu was meteen akkoord. Vanessa was zelfs zo enthousiast dat ze, toen ze het bericht kreeg dat ze niet moest komen, teleurgesteld was. Gelukkig voor haar kwamen er toch plaatsen vrij, en kan het koppel toch samen gaan zitten. Vanessa heeft wel al vreemde blikken van vrienden en collega’s gekregen. “Sommigen hebben mij gek verklaard. Ik antwoord dan altijd dat ik er wél voor zorg dat zij niet opgeroepen worden”, lacht ze.
“Burgerplicht”
Dat mensen met allerlei al dan niet oprechte excuses vanonder het bijzitterschap willen muizen, is iets waar Manu niet bij kan. “De meeste mensen”, zo zegt hij, “staan huiverig tegenover de idee en denken dat het het einde van de wereld is. Maar het is gewoon je burgerplicht. We mogen blij zijn dat we in een democratie leven, een van de beste systemen die er zijn. We moeten dat koesteren. En we moeten er iets voor doen, in plaats van ons te versteken achter smoezen.”
Katleen Hermans, Blijdorp
april 24, 2009
Helpen en geholpen worden
Elke week gaat Katleen Hermans naar Blijdorp in de Baleunisstraat in Sint-Gillis, waar ze vorming geeft. Dat Katleen in een rolstoel zit, houdt haar niet tegen om zich elke week een hele dag met hart en ziel in te zetten.
Katleen is van opleiding maatschappelijk werkster, en deed als studente al stage bij mentaal gehandicapten. Nu gaat ze, samen met haar hulphond, elke donderdag in het Blijdorp-dagcentruum in Sint-Gillis vorming geven aan matig mentaal gehandicapten. “De bedoeling is om wat rest van de schoolse kennis van de deelnemers te bewaren. Dat zijn heel praktische zaken, zoals geld geven en terugkrijgen in de winkel, recepten lezen en werken met de computer. We werken ook rond individuele interesses”, vertelt ze. Omdat het niveau heel erg verschilt, is individueel werken noodzakelijk.
Katleen leerde zes jaar geleden de vrijwilligerswerking kennen op een welzijnsbeurs. “Toen ik begon was er weinig ruimte voor vorming. Ik heb mijn eigen weg gezocht, heb zelf de vorming opgezet en heb mezelf gaandeweg veel bijgebracht.” Ook al heeft het personeel het heel druk, Katleen krijgt van hen veel steun. “Het is niet zo dat ze alles voor mij voorbereid hebben. Ik moet zelf de verantwoordelijkheid nemen.”
“Heel puur”
Katleen zit in een rolstoel, wat haar werk bij Blijdorp niet altijd even makkelijk maakt. Als ze materiaal nodig heeft dat hoog in een kast staat, heeft ze helpende handen nodig. Dat is niet noodzakelijk een nadeel. “Sommige deelnemers zijn echt blij dat ze ook zélf eens iemand kunnen helpen.”
Zou Katleen dit werk ook aan anderen aanraden? “Zeker en vast, maar het moet je wel liggen natuurlijk. Wat je terugkrijgt is heel puur, niet opgelegd en zonder verplichtingen.”
Wie ook vrijwiligerswerk wil doen bij Blijdorp in de Baleunisstraat, kan contact opnemen met Anja Colman (052/259200). Ook in Dendermonde en Buggenhout doet Blijdorp beroep op vrijwilligers.
Marieke Van den Eynde en Els Van Thuyne, Niños de la Luna
april 24, 2009
“We doen wat we kunnen”
Toen Joeri De Munck een paar jaar geleden de armoede zag in Peru, vond hij dat er wat moest gebeuren. Onder andere Marieke Van den Eynde en Els Van Thuyne waren er als de kippen bij om hun schouders mee onder de vzw Niños de la Luna te zetten. Nog steeds zetten ze zich met hart en ziel in om de maankinderen een betere toekomst te geven.
Els en Marieke zijn twee van de acht vaste krachten achter Niños de la Luna, een educatief project in Peru. Ze organiseren mee de jaarlijkse quiz en zetten hun schouders onder de spaghettimiddag. Ze gaan ook spreken in scholen over het project. “De kinderen hier weten wel dat er nog armoede is in de wereld, maar begrijpen niet precies wat dat betekent”, zegt Marieke, die toegeeft dat dat in het begin niet makkelijk was om voor de klas te staan.
“We doen wat we kunnen”, vult Els aan. “Het is niet altijd gemakkelijk, omdat ieder ook zijn eigen gezin heeft.” Naast de mensen die de kern van Niños de la Luna uitmaken, zijn er ook zo’n dertigtal losse medewerkers die de handen uit de mouwen steken als dat nodig is. “Zonder hen zou het niet gaan.”
Lange termijn
Niños de la Luna is een heel directe vorm van hulp. Els legt uit dat ze projecten ondersteunen die in Peru ontstaan zijn. “De mensen van Cusco leggen ons zélf uit wat de noden zijn, en wij doen dan wat we kunnen om hen te helpen.” Omdat iedereen binnen de vzw helemaal gratis werkt, blijft er nergens geld plakken: álles gaat naar de projecten.
Waarom deze dames zich blijven inzetten voor de ‘maankinderen’, is voor hen zo klaar als een klontje. “Hulp in zulke landen moet via langetermijnprojecten”, zegt Els. “Je kan niet één keer iets doen, je kan niet iemand een studiebeurs voor één jaar geven en dan niets meer.
Alle info op www.ninosdelaluna.be
Francois D’hollander, Natuurpunt
april 24, 2009
“Iedereen moet leven”
Thuis bij Francois D’hollander nemen we plaats in zijn bureau. Hier zijn de muren tot het plafond gevuld met boeken, tijdschriften en knipsels, het merendeel over planten en dieren. Wie dit heiligdom betreedt weet het wel zeker: deze man zet zich in met hart en ziel in voor de natuur.
Francois is er nu 63, en al een paar jaar op prépensioen. Al sinds begin jaren zeventig is hij lid van Natuurpunt, dat toen nog vzw Natuurreservaten heette. In de jaren tachtig volgde hij de cursus natuurgids. Sinds hij de Boelwerf vaarwel zei en meer vrije tijd heeft, is zijn engagement wel groter geworden. Zo is hij, samen met Tarcy Verstraeten, conservator van het Grembergse natuurgebied Groot Schoor.
In ‘zijn’ natuurgebied doet Francois uiteraard mee aan de beheerswerken. Twee maal per jaar -volgende maand is het weer van dat- maait hij met vele andere vrijwilligers er het riet. Ze doen dat bij laag water en, omdat het traditie is, in de winter. Dat ook de jongelui van jeugdhuis Snuffel telkens paraat staan om mee te helpen, doet Francois veel plezier. Als er gemaaid wordt, haalt Francois ook zijn raster van 1 vierkante meter boven. Dat gebruikt hij om in het gebied de rietstengels te tellen. “Men zegt dat hoe meer je het riet maait, hoe dikker het wordt. Wel, ik ga dat testen!”, vertelt hij. Terwijl controleert hij de hoeveelheid slib die de Schelde het voorbije jaar heeft afgezet.
Naast zijn activiteiten in het Groot Schoor, is Francois ook op andere momenten met de natuur bezig. Zo heeft hij al verschillende wandelingen uitgestippeld, organiseert hij cursussen en helpt hij elk jaar de padden oversteken. “Het voornaamste dat ik wil bereiken”, zegt hij, “is dat iedereen weet wat de natuur is, dat iedereen de natuur apprecieert en er interesse in krijgt.” Hij is naar eigen zeggen geen groene jongen, al weet hij dat hij wel die reputatie heeft. “Ik ben iemand die de kerk in het midden wil houden. Iedereen moet leven.”
Gino Bertin, Kinderfonds De Tondeldoos
december 17, 2008
“Concrete dingen”
Grembergen – Via mail kreeg de redactie een tip binnen om eens iemand van Kinderfonds De Tondeldoos in de belangstelling te zetten. Deze vrijwilligers zetten zich in voor kansarmen in eigen streek, en doen dat liefst in alle luwte. Pas na vele telefoontjes vonden we een van hen bereid in de schijnwerpers te treden. Net zoals al zijn Tondeldooscollega’s wil Gino Bertin de kansarmoede in Dendermonde uitroeien, een strijd die hij, samen met de anderen, voert met hart en ziel.
Lokale armoede
Je had er misschien nog niet bij stilgestaan, maar ook in Dendermonde is er kansarmoede. Daar willen de vrijwilligers van Kinderfonds De Tondeldoos iets doen. “We doen heel concrete dingen voor gezinnen met kinderen”, vertelt Gino. “Voedselpakketten, leuke activiteiten voor de kinderen, een volle boekentas aan het begin van het schooljaar enzovoort.”
De Tondeldoos biedt ook vorming aan over uiteenlopende onderwerpen als schooltoelagen en sociale huisvesting, steeds met de bedoeling mensen weerbaarder te maken.“Het is niet genoeg bekend dat er ook armoede is in landelijke gebieden als Grembergen”, vertelt Gino. Daarom ook doet De Tondeldoos aan sensibilisering via brochures en de website.
Concreet
In oorsprong een Grembergs initiatief, heeft het Kinderfonds ondertussen zijn werkterrein uitgebreid tot Hamme, Dendermonde, Sint-Gillis en Baasrode. “We begeleiden ongeveer 20 gezinnen”, zegt Gino. “Enkele dames volgen de gezinnen op, zorgen voor de voedselpaketten, en gaan met de gezinnen naar allerlei instanties. Anderen, zoals ik, doen vooral administratie, zoeken fondsen en steken de handen uit de mouwen als er moet verhuisd of geschilderd worden.”
Gino ligt niet mee aan de basis van De Tondeldoos, maar is er achteraf ingerold. Dat dit heel directe hulp is, spreekt hem aan. “Dit is heel concreet, je kent de mensen waarmee je werkt en krijgt meteen respons.” Dat is een van de redenen waarom Gino zich voor zo’n dichtbij-huis-doel inzet. Dat, en het gevoel wanneer een gezin verder kan zonder begeleiding. “Als we ergens niet meer nodig zijn, geeft dat een enorme voldoening.”
Linda Scheerlink, Romy Van Keer en Carolyn De Vooght, Oudercomité ‘t Kraaiennest
november 19, 2008
”We doen veel te veel, eigenlijk”
Grembergen – Er zijn ouders die de school van hun kinderen nog nooit van de binnenkant hebben gezien. En er zijn er die, zoals Linda Scheerlink, Romy Van Keer en Carolyn De Vooght zeer actief zijn in het oudercomité. Deze drie dames zetten zich in voor hun eigen kinderen, de rest van de leerlingen én de leerkrachten van gemeenteschool ‘t Kraaiennest in Grembergen. Met volle overtuiging en met hart en ziel.
Ze zijn het opvallend vaak eens met elkaar, de voorzitster, ondervoorzitster en penningmeester van het Grembergse oudercomité. “Neen, in een oudercomité actief zijn is geen plicht”, zeggen ze. En ook: “Ja, ook nadat onze kinderen niet meer in ‘t Kraaiennest zitten zullen we elkaar nog blijven zien.”
Linda en Carolyn zijn ingeweken Grembergenaren. Voor hen was bij het oudercomité gaan een manier om snel mensen te leren kennen en zich te integreren in het Grembergse dorpsleven. “Ik vond dat normaal”, vertelt Carolyn. “Mijn ouders deden dat ook en ik vond dat heel tof in de lagere school.”
“Wij organiseren twee soorten activiteiten”, vertelt Linda. “Er zijn er om de kinderen leuke evenementen te geven, zoals het Papa-paradijs, de kerstmarkt en Halloween. Daarnaast zijn er om geld in het laatje te brengen: de wafelbak en het eetfestijn.” Het geld dat het oudercomité verdient, gaat integraal naar de kinderen. Elke week een gratis stuk fruit, cake en drank op het grootouderevenement, de klascadeautjes van de Sint, de kosten voor de bussen voor schoolreizen en de zwembeurten… Ook de leerkrachten krijgen aandacht op de dag van de leerkracht.
Linda, Romy en Carolyn zitten in het bestuur van het oudercomité. Voor hen kruipt er enorm veel tijd in het oudercomité. “We doen te veel, eigenlijk”, klinkt het zelfs. Uiteraard heeft het oudercomité ook andere (“ja, ook mannen”) leden, “Dit jaar valt het mee”, vertelt Romy. Carolyn vult aan: “De laatste twee jaar is er een nieuw team. En je merkt, als wij ons goed voelen, trekken we mensen aan.” Dat het comité een prima samenwerking heeft met leerkrachten, directie en stadsbestuur, maakt het nog beter. (tv)
Ken je ook een vrijwilliger die eens in de aandacht mag komen? Mail naar vrijwilliger@editie.net
Gladys Cleys, CAW Regio Dendermonde
november 18, 2008
“Met een goed gemoed”
Dendermonde – Gladys Cleys is al bijna 20 jaar actief bij CAW Dendermonde, het vroegere Dak-Teledienst. “Je moet discreet zijn”, zegt ze, “horen, zien en zwijgen.” Behalve als Editie over de vloer komt, dan vertelt ze honderduit, met hart en ziel.
“In 1989 ben ik begonnen. Ik las in het Dak-krantje bij mijn zuster dat ze vrijwilligers zochten. Ik heb toen mijn stoute schoenen aangetrokken.” Eerst deed Gladys een halve dag administratief werk per week in het mannenopvanghuis ‘t Dak in Sint-Gillis. Al snel deed ze veel meer dan dat. “Ik ging boodschappen doen, met de jongens naar het ziekenhuis als dat nodig was, zorgde voor vervoer…” Op den duur bleef ze ook overnachten. “De jongens konden ’s nachts op mij beroep doen, en als er iemand zich kwam aanmelden, gaf ik die dan een bed”, herinnert ze zich.
“Er is mij veel gevraagd of ik niet benauwd was. Neen, ik ben nooit ongemakkelijk geweest.” In tegendeel, ze kijkt duidelijk met veel plezier terug op de lange kaartavonden met haar ‘jongens’. Nachtelijke permanentie is er niet meer in ‘t Dak, dus doet Gladys ‘maar’ een halve dag administratie per week. Sinds de oprichting in 1995 is Gladys ook een van de vrijwilligers in het hergebruikerscentrum De Winckel.
Plezier én voldoening
“Ik doe het zo graag”, zegt ze. “Ik was met vervroegd pensioen en kan niet thuis zitten. Ik ga altijd met een goed gemoed naar daar.” En ja, ze vindt dat anderen gerust haar voorbeeld mogen volgen. “Ik denk dat er mensen zijn die genoeg vrije tijd hebben om 3 à 4 uur per week vrij te maken voor vrijwilligerswerk. ‘t Is bovendien plezierig én je hebt er veel voldoening van.” (tv)
Wie geïnteresseerd is om ook vrijwilliger te zijn voor CAW Regio Dendermonde kan bellen naar 052 25 99 52.
Ken je ook een vrijwilliger die eens in de aandacht mag komen? Mail naar vrijwilliger@editie.net
Jaklien Caesteker, AZ Sint-Blasius Dendermonde
september 24, 2008
“Wreed in gejeund”
Sommige mensen doen hun beroep zo graag dat ze na hun pensioen gewoon verder doen. Jaklien Caesteker is zo iemand. Je vindt ze om de twee weken in het AZ Sint-Blasius, met hart en ziel, én een haarborstel.
Samen met haar man verhuisde Jaklien anderhalf jaar geleden van Veurne naar Sint-Gillis, dichtbij de dochter en de kleinkinderen. “In Veurne was ik heel actief: ik was voorzitster van vanalles! Hier in Dendermonde ben ik dan meteen bij KAV gegaan. Via hen ben ik in contact gekomen met de vrijwilligerswerking in het ziekenhuis.”
Jaklien gaat om de twee weken naar de afdeling geriatrie. Daar helpt ze de mensen met hun haar. “Ik knip het niet hoor”, verzekert ze ons. “Ik ga het alleen maar wassen en goed leggen. Vele mensen willen eerst niet, maar zien dan van anderen wat een goedgewassen en verzorgde kop kan doen.”
Integratie
Jaklien benadrukt dat ze dit werk doet uit idealisme, al komt er voor haar ook een deel integratie bij. “Als je altijd binnen blijft, zal nooit iemand op de deur kloppen.” Haar West-Vlaams accent komt bovendien van pas als gespreksonderwerp in het ziekenhuis. “De mensen horen dat ik niet van hier ben. Als ik zeg dat ik van de zee kom, dan verschieten ze dat ik van zover kom voor hun haar”, lacht ze. Dit werk is niet voor iedereen weggelegd, weet Jaklien.
“Sommigen kunnen moeilijk met bejaarden omgaan. Je moet een beetje uit de sector komen. Ik heb jarenlang bij Familiehulp gewerkt en doe dit erg graag. Deze zomer heb ik ook meegeholpen in het ziekenhotel in Moerzeke. Ik heb mij daar wreed in gejeund!” (tv)
Wie ook een handje wil toesteken in het ziekenhuis mailt naar hugo.vanrumst@azsintblasius.be of belt 052 25 24 05.
Paul en Lieve Mettepenningen, Centrum Sint Antonius
augustus 27, 2008
Grembergen – Ooit komt er een dag dat alles wat lastiger wordt. Op dat moment kan je een beroep doen op mensen als Paul Mettepenningen en zijn vrouw Lieve Van Damme. Met hart en ziel zetten deze twee zich in in het Woon- en Zorgcentrum Sint-Antonius in Grembergen.
“Wij zeggen altijd ‘t Klooster”, verbetert Paul meteen. Hij werkt al zo’n drie jaar als vrijwilliger in het rusthuis. Hij is er een van de barmannen die je in de cafetaria voor bewoners en bezoekers vindt. Lieve, de vrouw van Paul, is sinds een jaar ook actief in Sint-Antonius. “Ik verstel kleren”, vertelt ze. “Knopen aannaaien, zomen innaaien… Ik help daarnaast ook nog in de cafetaria. Lieve en Paul gaan regelmatig met de bewoners mee wandelen. “Dat gaat niet zonder de hulp van vrijwilligers”, vertelt Paul. Om alle rolstoelen te duwen en ouderen te ondersteunen is veel mankracht nodig. Ook als er speciale activiteiten op het programma van de bejaarden staan, krijgen Paul en Lieve wel eens telefoon.
“Overlaatst ben ik nog koffie gaan uitschenken als ze pannenkoeken gebakken hadden”, herinnert Lieve zich. Paul en Lieve doen dit werk vooral omdat ze het graag doen.“Je komt met de mensen in contact”, vertelt Paul, die net als alle ander vrijwilligers gepensioneerd is. “We proberen het de mensen aangenaam te maken”, vult zijn vrouw aan. “De mensen
babbelen al eens graag, en ook met de bezoekers kunnen we eens een klapke doen.”
“Er is niet genoeg personeel: ze hebben geen tijd meer om met de mensen te babbelen. Vast
personeel kost te veel.” Gelukkig kunnen de personeelsleden én de bewoners van “het klooster” een beroep doen op als mensen als Lieve en Paul.












